Wat een stappenteller niet kan teller

Bij de waarde: iedereen hoort erbij, denken we al snel aan kinderen die buiten de groep vallen. Aan meedoen. Aan niemand buitensluiten. Maar erbij horen begint vaak veel eerder dan we denken. Niet bij degene die wacht, maar bij een beweging die bijna onzichtbaar is. Eén kind dat op een ander afstapt. Eén vraag. Eén blik. Soms is dat alles wat nodig is om ruimte te maken voor wat er al die tijd al was.

Sem bouwt iets bijzonders

Oma Sofia weet nooit wat ze aantreft wanneer ze de deur van Sems werkplaats opent. Vandaag blijft haar blik hangen bij een klein rond apparaat op de werkbank. Sem draait voorzichtig een schroefje vast.

‘Bijna klaar,’ zegt hij. ‘Wat bouw je?’ vraagt oma Sofia. ‘Een contactenteller.’ Ze pakt het apparaat op en bekijkt het aandachtig. ‘Een contactenteller?’ Sem knikt. ‘Een stappenteller telt stappen.’ Dan zegt hij zacht: ‘Maar hij weet niet of je naar iemand toe loopt.’ Even blijft het stil.

Oma Sofia legt de contactenteller voorzichtig terug op de werkbank. ‘Voor wie bouw je hem?’ ‘Voor iedereen.’ Ze glimlacht. ‘Ik ben benieuwd.’ Sem glimlacht terug. ‘Dat duurt nog wel even.’

De stap die je niet kunt tellen

Wat zichtbaar is, krijgt vaak vanzelf onze aandacht. Daarom tellen we cijfers, punten, stappen en prestaties. Ze maken zichtbaar wat anders gemakkelijk onopgemerkt blijft. In een groep gebeurt iets vergelijkbaars. Kinderen die gemakkelijk de eerste stap zetten, snel reageren of als eerste hun hand opsteken, vallen vanzelf op. Dat is heel begrijpelijk.

Andere kinderen kijken eerst. Ze luisteren, denken na of wachten tot ze voelen dat er ruimte is. Dat het veilig is om zichzelf te laten zien. Sommige kinderen laten zich pas zien wanneer iemand eerst naar hén toe komt. Juist wanneer iemand de eerste stap naar hen zet, gebeurt er vaak iets bijzonders. Wat eerst onzichtbaar bleef, krijgt ruimte. Een vraag. Een idee.  Een onverwachte blik op dezelfde situatie. En soms is dat precies wat nodig was om alles in beweging te brengen.

Nog niet af

Oma Sofia staat al in de deuropening wanneer ze zich nog één keer omdraait. ‘Sem…’ Hij kijkt op. ‘Aan wie zou jij de contactenteller als eerste geven? ‘Sem kijkt een tijd naar zijn uitvinding. Dan haalt hij zijn schouders op. ‘Dat weet ik nog niet.’ Hij draait een tandwieltje een klein stukje verder. Alsof hij voelt dat de contactenteller nog iets heel belangrijks moet leren zien. Oma Sofia glimlacht. Ze zegt niets.

Scroll naar boven