Dagelijkse rituelen die inclusie bevorderen

Inclusie klinkt soms groot. Als een ambitie. Wij zien inclusie niet als iets extra’s, maar als een
dagelijkse manier van omgaan met elkaar. Een manier van kijken, spreken en reageren
waardoor kinderen voelen: ik hoor erbij.
Inclusie zit niet alleen in grote gebaren. Het zit in onze toon, onze blik, onze woorden.
Dat hoeft niet perfect, want inclusie vraagt geen foutloos ouderschap of onderwijs. Het vraagt bewustzijnde bereidheid om te blijven leren en om opnieuw te beginnen. Juist daarin geven we een krachtig voorbeeld.


Onderstaande principes helpen om inclusie voelbaar te maken in het dagelijks contact tussen
ouders, verzorgers, docenten en kinderen. Probeer het eens, want kleine verschuivingen kunnen een
groot verschil maken in hoe een kind zich voelt binnen een groep of gezin.

1. Erkenning als fundament


Inclusie begint bij gezien worden. Ieder kind heeft de diepe behoefte om opgemerkt te worden,
niet alleen om wat het doet, maar om wie het is. Het is de stille boodschap: ik zie jou, jij doet
ertoe. Dat hoeft niets groots te zijn.

Juist in eenvoudige momenten zit de kracht:

  • Spreek een kind bewust bij naam aan.
  • Maak even echt oogcontact wanneer een kind iets vertelt.
  • Laat een kind uitspreken, ook als het zoeken is naar woorden.
  • Reageer op wat het kind probeert te zeggen, maar niet alleen op het gedrag dat je ziet.


Deze kleine gewoontes geven een groot signaal af: jouw stem heeft betekenis. Erkenning
betekent niet dat je alles goedkeurt of overal mee instemt. Het betekent dat je het kind als
persoon serieus neemt, ook wanneer je begrenst of corrigeert.
En misschien is dat wel de kern: ieder kind draagt iets unieks bij aan het geheel. Wanneer wij
dat laten voelen, groeit niet alleen het kind, maar de hele groep mee.

2. Taal die ruimte geeft

De manier waarop we over kinderen spreken, en tegen kinderen, beïnvloedt hoe zij zichzelf gaan zien.

Probeer het verschil eens te voelen tussen:

  • ”Zij is altijd erg druk.”
  • ”Ik zie dat je veel behoefte hebt om te bewegen. Hoe kunnen we dat hier goed laten passen?”
  • ”Hij is verlegen.”
  • ”Ik zie dat je eerst wilt wennen. Ik ben hier.”


In beide gevallen beschrijf je wat je ziet. Maar in de tweede versie blijft er ruimte. Ruimte om te groeien, anders te worden en om meer te zijn dan dit ene kenmerk.

Inclusieve taal:

  • Benoemt gedrag, zonder het kind ermee te vereenzelvigen
  • Laat ontwikkeling open
  • Vermijdt vergelijkingen met anderen
  • Vertrekt vanuit nieuwsgierigheid in plaats van oordeel


En het mooie is: dit vraagt geen grote verandering. Alleen bewustwording.
Probeer het eens een dag lang. Luister naar je eigen woorden. Kun je een zin net iets anders
formuleren? Een oordeel vervangen door een observatie? Of nieuwsgierig zijn waar
je eerst snel labelde?

3. Verschillen respecteren zonder hiërarchie


In elke groep zijn verschillen. In karakter, tempo, talent, gevoeligheid, achtergrond. Dat is geen
uitdaging, het is juist de rijkdom van samenleven.
Inclusie betekent dat verschillen er mogen zijn, zonder dat we ze onbewust rangschikken in
“makkelijk” of “lastig”.


Dat begint bij een eerlijke blik naar onszelf:

  • Naar woe reageer ik vanzelf positiever?
  • Welk gedrag vind ik sneller irritant?
  • Welke kwaliteiten waardeer ik het meest?

Elke kleine verschuiving in hoe wij kijken, helpt kinderen voelen: ik mag er zijn zoals ik ben.
In de praktijk helpt het om:

  • Vergelijkingen tussen kinderen te vermijden
  • Complimenten te richten op inzet en groei
  • Nieuwsgierig te blijven naar andere perspectieven

4. Omgaan met fouten vanuit herstel


Als een kind over de grens gaat, hebben we een keuze: zetten we het vast in schuld, of werken
we aan herstel?


Een herstelgerichte benadering begint met eenvoudige vragen:

  • Wat gebeurde er?
  • Wie werd geraakt?
  • Wat is nodig om het goed te maken?
  • Wat kunnen we hiervan leren?


Zo verschuift de aandacht van straf naar verantwoordelijkheid en groei.


Belangrijk: een fout maakt een kind geen buitenstaander. Het blijft onderdeel van de groep, want
juist door herstel te stimuleren versterken we verbondenheid.
En misschien geldt dat ook voor ons als volwassenen. Ook wij mogen fouten maken, en ze
herstellen. Dat is misschien wel het krachtigste voorbeeld dat we kunnen geven.
Inclusie zit in het alledaagse. In hoe we luisteren, spreken, begrenzen en herstellen als iets schuurt.


Wanneer erkenning, gelijkwaardigheid en verbondenheid voelbaar zijn, weten kinderen:

  • Ik word gezien
  • Mijn stem telt mee
  • Ik mag leren van mijn fouten
  • Ik hoor erbij


Dat is de kern van Ubuntopia. Dat is de kern van onze Ubuntopia filosofie. https://ubuntopia.world/ubuntopia-filosofie/

Onder de grote baobabboom vraagt Aimée aan Balla: “Balla, hoe weet je eigenlijk of iemand er echt bij hoort?” Balla glimlacht en tekent met zijn praatstok een cirkel in het zand. “Zie je deze kring, Aimée? In
een dorp is iedereen anders: luid, stil, snel, voorzichtig – maar de kring blijft rond omdat we ruimte voor elkaar maken.”
Aimée denkt even na. “Dus ook als iemand iets fout doet?” Balla knikt. “Juist dan. Wie
een fout maakt, stapt niet uit de kring. We schuiven dichterbij en helpen hem terug op zijn plek.”
Aimée kijkt naar de cirkel en zegt zacht: “Dan moet ik dus ook ruimte maken.” Balla lacht warm. “Ja, kind. Want
onthoud: jij hoort erbij omdat wij er zijn. En wij zijn er, omdat jij er bent.”

Scroll naar boven